Onder een tweede verblijf verstaan we iedere private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, net als met chalets gelijkgestelde caravans, die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Lokalen die uitsluitend bestemd zijn om een beroepsactiviteit uit te oefenen, garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden niet als tweede verblijf beschouwd. Op tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens kan eventueel wel een belasting op het kamperen van toepassing zijn.
Aangifteplicht
De belastingplichtige moet jaarlijks, uiterlijk op 1 juni van het aanslagjaar, een aangifte tweede verblijf indienen via het aangifteformulier.
Het gemeentebestuur kan aan de belastingplichtige een voorstel van aangifte bezorgen. Als de gegevens op dit voorstel onjuist of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige uiterlijk op 1 juni van het aanslagjaar het voorstel verbeterd en vervolledigd terugsturen.
Als de gegevens op dit voorstel overeenkomen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, is de belastingplichtige niet verplicht dit formulier tegen de voormelde indieningsdata terug te sturen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het toegestuurde voorstel van aangifte.
Belasting op tweede verblijven
De belasting op tweede verblijven bedraagt voor aanslagjaar 2026 2000 euro per jaar en per tweede verblijf.
Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, wordt de belasting ambtshalve gevestigd. In dat geval wordt de belasting verhoogd.
Bezwaar indienen
Bezwaar tegen de aanslag of de belastingverhoging kan schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd ingediend worden binnen een termijn van drie maanden.
